LAYLA AERTS, tussen hoop en vrees
MENU
 
hongarije056.jpg
4W1A4695.jpg
4W1A4513.jpg
hongarije043.jpg
hongarije038.jpg
hongarije021.jpg
hongarije022.jpg
hongarije023.jpg
hongarije020.jpg
hongarije026.jpg
hongarije018.jpg
hongarije025.jpg
hongarije028.jpg
hongarije030.jpg
hongarije032.jpg
hongarije034.jpg
hongarije039.jpg
hongarije044.jpg
hongarije045.jpg
hongarije047.jpg
hongarije046.jpg
hongarije048.jpg
hongarije050.jpg
hongarije051.jpg
hongarije052.jpg
hongarije054.jpg
hongarije055.jpg

tussen hoop en vrees

10 september 2015, Hongaars Servische grens, De Standaard tkst Katrien Vanderbiest

Een opening in de omstreden omheining tussen Hongarije en Servië. Hoe lang deze er nog zal zijn, weet niemand. Gedreven door geruchten, is dit het voorlopige doel van de naar verluid 2000 vluchtelingen die vandaag nog de Schengenzone binnen willen. In groepjes stromen ze toe: mannen, vrouwen en kinderen, stapvoets in de regen, over het spoor. Aan de Servische kant van de spoorlijn klampen ze ons aan: of daar Hongarije is en of ze veilig verder kunnen, of er geen vingerafdrukken zullen genomen worden? Ze zijn bang voor politie die hen terugstuurt, maar evenzeer vrezen ze meteen geregistreerd te worden. In Hongarije blijven is duidelijk niet hun bedoeling, ze willen verder, vooral naar Duitsland, maar ook België wordt vernoemd. Toch lijkt niemand een uitgestippeld plan te hebben. Terwijl de kolonne zich een weg door het gat in het hek baant, zien we links en rechts ploegen Hongaarse werkmannen verder bouwen aan de omheining. Niemand weet hoe lang de opening nog blijft, wanneer de grenzen zullen sluiten is niet duidelijk. De situatie maakt van dat soort vragen een kwestie van doorstappen. Net over de grens, in Röszke , een nietszeggend gehucht op enkel kilometers van de studentenstad Szeged, werden verzamelpunten geïmproviseerd. Vrijwilligers dragen dozen met regenjasjes of appels aan. Overal liggen spullen, in kleine iglotentjes schuilen hele families tegen de regen. Er heerst een chaos aan goede bedoelingen: ‘I’m supposed to be the coördinator’, zegt een Britse man. Een vrouw uit Oostenrijk valt op door haar opgemaakte verschijning. Zij is nog maar net aangekomen, met de auto, op eigen initiatief, omdat ze had gehoord dat alle hulp ontbrak. Ze vertelt ons dat vandaag gelukkig de eerste internationale hulporganisaties toekomen. We zien inderdaad tenten van Caritas en Rode Kruis opgesteld worden. Politieagenten staan in rijen tussen de wanorde opgesteld. Het is duidelijk dat ze deze toestroom niet aankunnen. Het kamp waar iedereen heen moet om geregistreerd te worden, zit al enkele dagen vol, de capaciteit van 1500 mensen bleek ruim onvoldoende. Doorheen de straten van het kleine Hongaarse dorp vervolgen de vluchtelingen hun weg. Een man vraagt of de stad waar ze heenlopen Budapest is. De kinderen huilen, een vrouw heeft het zo koud dat ze staat te klappertanden. Enkele stoere jongens lachen en joelen terwijl ze ons voorbijlopen. Ondanks alles lijken de mensen hoop te hebben. Wanneer we tegen valavond opnieuw door de straten rijden, zijn die helemaal leeg. We zien nog een bus wegrijden en in een zijstraatje staat een politiewagen. Enkele groepjes mensen verdwijnen in de velden langs de kant van de weg. De regen die de hele nacht door duurt, kondigt een lange herfst aan.

close